De Prinseneilanden — in het Turks "Adalar" (de eilanden) — zijn het best bewaarde geheim van Istanbul. Op slechts 20 kilometer van de metropool ligt een wereld waar geen auto's rijden, waar gietijzeren balkons van oude zomerhuizen het straatbeeld bepalen en de lucht naar pijnhars ruikt in plaats van uitlaatgassen.
Hun naam "Prinseneilanden" stamt uit het Byzantijnse Rijk, toen leden van de keizerlijke familie er naartoe werden verbannen. Later werden ze de zomervakantiebestemming van de Ottomaanse en Griekse elite — honderden houten villa's uit de 19e eeuw getuigen daar nog steeds van.
Voor Nederlandse reizigers die Istanbul bezoeken, bieden de eilanden een perfect contrast met de metropool: hier rijden koetsen (faytonlar) in plaats van taxi's, ruisen dennenbossen in de zeewind, en ziet men geen enkel flatgebouw. Een dagtocht duurt ca. 4 tot 6 uur inclusief de veerbootreis.
Merry Tourism — TURSAB A-Groep vergund sinds 2001, meer dan 50.000 gasten — kent deze wateren al een kwart eeuw en biedt zowel de klassieke veerboorroute als privé jachttochten naar de eilanden aan.